1. Indien aan een inrichting door het college wegens geluidsoverlast een last onder dwangsom is opgelegd of een andere bestuursrechtelijke maatregel is getroffen is er geen ontheffing mogelijk voor een incidentele festiviteit zoals bedoeld in artikel 4.3.1 en 4.3.2.

2. Het in het eerste lid bepaalde verbod is van toepassing gedurende een door het college te bepalen termijn. De drijver van de inrichting wordt in kennis gesteld wanneer de verbodstermijn afloopt. Dit is afhankelijk van het klachtenpatroon en geconstateerde overtredingen.