1. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, het woon- en leefklimaat of het voorkomen van ondermijning de speelgelegenheid voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.

2. Het is eenieder verboden een op grond van het eerste lid gesloten speelgelegenheid te betreden of daarin te verblijven of te laten verblijven.

3. De sluiting wordt tevens bekend gemaakt door het besluit tot sluiting aan te brengen op of nabij de toegang(en) van de speelgelegenheid.

4. De sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de gronden, die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Afdeling 11. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade