1. In het geval de openbare inrichting een coffeeshop betreft stelt de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 1:7, de looptijd van de vergunning vast voor de maximale duur van vijf jaar.
2. De burgemeester stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, waarbij in ieder geval regels worden gesteld betreffende:
a. de inhoud en de wijze van indiening van een aanvraag van een vergunning;
b. de verdelings- en toekenningsprocedure van een vergunning.