1. Een vergunning voor een seksbedrijf wordt geweigerd indien:
a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij;
c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij de exploitant personen werken of zullen werken die, indien het sekswerkers betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt;
h. er aanwijzingen zijn dat voor of bij de exploitant personen werken of zullen werken die nog niet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
i. het maximum, als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, is bereikt;
j. de vergunning is aangevraagd voor de exploitatie van een raamprostitutiebedrijf; of
k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een geldend exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.
2. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt verstaan.
3. Een vergunning voor een seksbedrijf kan worden geweigerd indien:
a. voor het seksbedrijf reeds eerder een vergunning is ingetrokken op grond van artikel 3:9, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van die vergunning;
b. voor het seksbedrijf reeds eerder een vergunning is ingetrokken onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van die vergunning;
c. de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het exploiteren van een seksbedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend;
d. het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde in artikel 3:15, eerste en tweede lid; of
e. de openbare orde, de openbare veiligheid, de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd.