-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: houtachtig overblijvend gewas, dood of levend, met een dwarsdoorsnede van minimaal tien centimeter op 1,30 meter boven het maaiveld. In geval van meerdere stammen geldt de dikste stam;
houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
bebouwde kom: de bebouwde kom voor de toepassing van het beschermingsregime voor houtopstand op grond van artikel 4.1, aanhef en onder a van de Wet natuurbescherming;
iep: boom van het geslacht ulmus;
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);
iepespintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.
-
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: het rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel met inbegrip van kandelaberen en het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de boom tot gevolg kan hebben.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Roermond BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk , aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Regulering paracommerciele rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:50b
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:58a
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:60a
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Naaktrecreatie (*)
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Toezicht op winkelbedrijven (*)
Hoofdstuk Regulering sekswerk, seksbranche en aanverwante onderwerpen
HOOFDSTUK SPEELAUTOMATENHALLEN EN SPEELAUTOMATEN (*)
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 4:10a
Afstand van de erfgrens (*)
De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen.
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
-
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
-
Het verbod geldt niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit niet beknotte populieren of wilgen;
fruitbomen, coniferen aangeplant als erfafscheiding en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die zijn gelegen buiten de bebouwde kom, met uitzondering van monumentale bomen die zijn opgenomen in het gemeentelijk bomenplan;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:12d.
-
Het verbod van lid 1 geldt tevens niet voor houtopstand, niet zijnde monumentale en/ of beeldbepalende bomen, op particulier terrein wanneer de te vellen houtopstand niet meer dan 5 bomen per jaar betreft. Onder particulier terrein wordt daartoe niet begrepen terrein in eigendom van gemeentelijke, provinciale- of rijksoverheid
-
Het verbod van lid 1 geldt tevens niet als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.
Artikel 4:12
Aanvraag vergunning
De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
Artikel 4:12a
Weigeringsgronden
De vergunning kan worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultureel-historische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Artikel 4:12b
[vervallen]
Artikel 4:12c
Bijzondere vergunningsvoorschriften
-
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
-
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
Artikel 4:12d
Herplant - / instandhoudingsplicht
-
Als houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
-
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
-
Als houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
-
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 4:12e
Schadevergoeding
Als en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van artikel 4:11, artikel 4:12c of artikel 4.12d schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het college hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
Artikel 4:12f
Bestrijding iepziekte
-
Als zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, als hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:
als de iepen in de grond staan, deze te vellen;
de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
-
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.