1. De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar.

  2. In de vergunning worden de namen van de beheerder(s) en de bedrijfsleider(s) vermeld.

  3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

    1. de sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    2. het toezicht in de speelautomatenhal;

    3. het aantal en het type kansspelautomaten dat mag worden opgesteld, met dien verstande dat het aantal kansspelautomaten in een speelautomatenhal ten hoogste 171 mag zijn, waarbij het aantal spelersplaatsen niet hoger mag zijn dan 270;

    4. de wijze van exploitatie, werving en reclame van en ten behoeve van de hal;

    5. de leeftijdsgrenzen met een daarmee gepaard gaande legitimatieverplichting;

    6. de geldigheidsduur van de vergunning.