1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester:

    1. zijn wens een persoon als leidinggevende op de vergunning te laten bijschrijven;

    2. dat een leidinggevende geen bemoeienis meer heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie van de inrichting.

  2. De melding als bedoeld in het vorige lid wordt gedaan op een door de burgemeester vast te stellen formulier.

  3. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning.

  4. De burgemeester bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag.

  5. De burgemeester weigert de wijziging van de vergunning:

    1. indien de persoon als bedoeld in eerste lid niet voldoet aan de eisen zoals opgenomen in artikel 8, eerste lid en tweede lid van de Alcoholwet;

    2. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    3. indien wijziging van de vergunning in strijd is met het gestelde in een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:81 Awb.

  6. Alvorens te beslissen op een aanvraag tot wijziging van de vergunning kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om een advies als bedoeld in artikel van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur worden gevraagd.