1. Een vergunning vervalt, wanneer:

    1. sedert de verlening van een vergunning onherroepelijk is geworden gedurende zesentwintig (26) weken geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

    2. de beslissing op een aanvraag voor een nieuwe vergunning voor het vestigen of exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, onherroepelijk is geworden;

  2. teneinde de exploitatie voort te zetten. In dat geval vervalt eerst bedoelde vergunning pas bij de beslissing op de aanvraag om een nieuwe vergunning.

  3. Een faillissement, of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, heeft met betrekking tot het vervallen van de vergunning een opschortende werking tot het tijdstip waarop het faillissement onderscheidenlijk de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt.