De strafbare feiten waarop gebiedsontzeggingen van toepassing kunnen zijn, zijn:
lokaalvredebreuk (artikel 138 WvS)
Openlijke geweldpleging (artikel WvS 141)
Weerspannigheid (artikel 180 WvS)
Niet voldoen aan bevel of vordering (artikel 184 WvS)
Belediging ambtenaar in functie (artikel 266/267 WvS)
Bedreiging (artikel 285 WvS)
Geweld tegen politie en/of burgers (artikel 300/302 WvS)
Deelnemen vechterij (artikel 306 WvS)
Eenvoudige diefstal (artikel 310 WvS)
Gekwalificeerde diefstal (artikel 311 WvS)
Vernieling en vandalisme (artikel 350 WvS)
Baldadigheid (artikel 424 WvS)
Dronken de orde verstoren (artikel 426 WvS)
Openbare dronkenschap (artikel 453 WvS)
Verboden toegang (artikel 461 WvS)
Wapenbezit (artikelen 26 en 27 Wet Wapens en Munitie)
Dealen (artikelen 2 en 3 Opiumwet)
Samenscholing en ongeregeldheden (vechten op de openbare weg) (artikel 2.1 APV)
Overtreding gebiedsontzegging (artikel 2.1b, lid 5 APV)
Ordeverstoring in horecabedrijf (2.33 APV)
Betreden gesloten woning of lokaal (artikel 2.41 APV)
Betreden van plantsoenen e.d. (artikel 2.45 APV)
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (artikel 2.47 APV)
Hinderlijk drankgebruik (artikel 2.48 APV)
Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen (artikel 2.49 APV)
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten (artikel 2.50 APV)
Bedelarij (artikel 2:65 APV)
Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (artikel 2:73 APV)
Drugsgebruik en drugshandel op straat (artikel 2.74 en 2.74a APV)
Weggooien van spuiten (artikel 2.74b APV)
Straat- en raamprostitutie (artikel 3.9 APV)
Natuurlijke behoefte doen (artikel 4.8 APV)
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging (artikel 16 Afvalstoffenverordening)
Voorhanden hebben van vuurwerk (artikel 1.2.4. Vuurwerkbesluit)
Vervoeren van vuurwerk (artikel 1.2.5. Vuurwerkbesluit)
Afsteken van vuurwerk (artikel 2.3.6. Vuurwerkbesluit)
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene die zich gedraagt in strijd met de wettelijke bepalingen, als in de bijlage bij dit artikel genoemd, een verbod opleggen zich te bevinden in een door het college aangewezen gebied en de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen.
-
Het verbod van het eerste lid geldt gedurende het in het besluit van de burgemeester genoemde tijdvak van ten hoogste vier dagen nadat het besluit bekend is gemaakt.
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan diegene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid bedoelde artikelen een verbod opleggen zich te bevinden in een door het college aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen voor een tijdvak van ten hoogste 3 maanden en op de door de burgemeester aangewezen tijdstippen.
-
Het bepaalde in het voorgaande geldt niet als de belanghebbende in het door het college aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of hulpverlenende instanties bezoekt; alsdan wordt de kortste route aangewezen, langs welke belanghebbende het gebied dient te betreden dan wel te verlaten.
-
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.