Algemene plaatselijke verordening gemeente Roermond BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk , aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Regulering paracommerciele rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Naaktrecreatie (*)
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Toezicht op winkelbedrijven (*)
Hoofdstuk Regulering sekswerk, seksbranche en aanverwante onderwerpen
HOOFDSTUK SPEELAUTOMATENHALLEN EN SPEELAUTOMATEN (*)
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op horecabedrijven

Artikel 2:27

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.

  2. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt

  3. musea: permanente instellingen ten dienste van de samenleving en haar ontwikkeling, die toegankelijk zijn voor het publiek, niet gericht op het maken van winst en die materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerven, behouden, onderzoeken, presenteren en hierover informeren voor doeleinden van studie, educatie en genoegen en die zijn ingeschreven in het Museumregister van de Stichting Het Nederlands Museumregister.

  4. leidinggevende:

    1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd;

    2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;

    3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting.

  5. bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van:

    1. de leidinggevende, zijn levenspartner en hun directe gezinsleden;

    2. het dienstdoende personeel;

    3. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;

    4. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

  6. barvrijwilliger: hetgeen daaronder in de Alcoholwet wordt verstaan.

  7. paracommerciële rechtspersoon: hetgeen daaronder in de Alcoholwet wordt verstaan.

Artikel 2:28

Exploitatievergunning horecabedrijf (*)

  1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij de burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier.

  3. De burgemeester weigert de vergunning in ieder geval als:

    1. de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het omgevingsplan;

    2. de aanvrager of leidinggevende die woonachtig is (geweest) in het buitenland, geen dan wel een afwijzende Verklaring Omtrent het Gedrag of een ander, met de verklaring omtrent het gedrag gelijkgesteld document uit het land van herkomst overlegt, afgegeven uiterlijk drie maanden voor de datum van de aanvraag.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

    1. de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. de feitelijke toestand niet overeenkomt met hetgeen in de aanvraag is vermeld.

  5. Bij de toepassing van de in het vierde lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

  6. Een leidinggevende voldoet aan de eisen zoals genoemd in artikel 8, eerste lid en tweede lid van de Alcoholwet.

  7. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren c.q. deze geheel of gedeeltelijk intrekken wanneer feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde beschikking een strafbaar feit is gepleegd of wanneer sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking mede gebruikt zal worden voor:

    1. het benutten van voordelen uit strafbare feiten;

    2. het plegen van strafbare feiten.

  8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en in het vorige lid kan de burgemeester de vergunning intrekken, als:

    1. de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. de leidinggevende niet meer voldoet aan de gestelde eisen als bedoeld in het zesde lid;

    3. de vergunninghouder in een periode van twee jaar tenminste driemaal op grond van artikel 2:32b om bijschrijving van een persoon op de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die bijschrijving ten minste driemaal heeft geweigerd.

  9. Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet voor:

    1. een inpandig horecabedrijf ten behoeve van bewoners in zorginstellingen en ziekenhuizen;

    2. een horecabedrijf in musea.

  10. De vergunning als bedoeld in het eerste lid vervalt van rechtswege als deze:

    1. sinds haar verlening onherroepelijk is geworden zes maanden zijn verlopen zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

    2. gedurende één jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

    3. een nieuwe vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning van kracht is geworden.

  11. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:28a

Terrassen (*)

  1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.10 beslist de burgemeester ingeval van een vergunningaanvraag die betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en het derde, vierde en vijfde lid van artikel 2:28 kan de burgemeester de in het eerste lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen weigeren:

    1. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    2. als dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    3. als het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan;

    4. bij herinrichting en/of reconstructie van een gebied met terrassen.

  3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterwet of de geldende provinciale Omgevingsverordening.

  4. De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde ingebruikneming van die weg voor een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen opschorten bij evenementen en herinrichting en/ of reconstructie van een gebied met terrassen.

  5. Het bepaalde in het achtste lid van artikel 2:28 is van overeenkomstige toepassing op de vergunning als bedoeld in het eerste lid.

  6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:29

Sluitingstijd (*)

  1. Het is de exploitant verboden het horecabedrijf geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06:00 uur.

  2. Het is de exploitant verboden het horecabedrijf waar, al dan niet door middel van een automaat, eetwaar en/of alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 03.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 04.00 uur en 06.00 uur.

  3. Het is de exploitant verboden het horecabedrijf in een station als bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Spoorwegwet, geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 03.00 uur en 05:00 uur.

  4. De burgemeester kan aan de houder van een vergunning, als bedoeld in artikel 2:28, vergunning verlenen voor het geopend hebben van zijn horecabedrijf gedurende andere dan de in het eerste lid genoemde openingstijden (nachtvergunning).

  5. De burgemeester kan bepalen dat het bepaalde in het vierde lid slechts geldt voor nader aan te duiden categorieën horecabedrijven, en/of voor nader aan te wijzen gedeelten van de gemeente en/of voor nader aan te wijzen dagen.

  6. De burgemeester weigert de vergunning in ieder geval als de activiteit waarvoor de nachtvergunning gewenst is, in strijd is met het Omgevingsplan.

  7. De burgemeester weigert de in het vierde lid bedoelde vergunning als naar zijn oordeel door de openstelling van het horecabedrijf gedurende andere dan de in het eerste en tweede lid genoemde openingstijden de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting ontoelaatbaar nadelig wordt beïnvloed.

  8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de in het vierde lid bedoelde vergunning intrekken als ten gevolge van gebruikmaking van de vergunning de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.

  9. De burgemeester kan, onverminderd het bepaalde in het vierde lid, door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of lokaliteit of een daartoe behorend terras.

  10. Het in het eerste, tweede lid en negende lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

Artikel 2:30

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

Artikel 2:31

Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf

Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn.

Artikel 2:31a

Aanwezigheid leidinggevende in horecabedrijf

  1. Het is verboden een horecabedrijf voor het publiek geopend te houden als in de inrichting niet aanwezig is:

    1. een leidinggevende die vermeld staat op een vergunning met betrekking tot dat horecabedrijf of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder, of;.

    2. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:31b is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

  2. In afwijking van het eerste lid is het verboden een paracommerciële rechtspersoon voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:

    1. een leidinggevende die vermeld staat op de vergunning, of;

    2. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:31b is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist, of;

    3. een barvrijwilliger die een voorlichtingsinstructie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Alcoholwet, heeft gekregen.

Artikel 2:31b

Melding leidinggevende (*)

  1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester:

    1. zijn wens een persoon als leidinggevende op de vergunning te laten bijschrijven;

    2. dat een leidinggevende geen bemoeienis meer heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie van de inrichting.

  2. De melding als bedoeld in het vorige lid wordt gedaan op een door de burgemeester vast te stellen formulier.

  3. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning.

  4. De burgemeester bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag.

  5. De burgemeester weigert de wijziging van de vergunning:

    1. indien de persoon als bedoeld in eerste lid niet voldoet aan de eisen zoals opgenomen in artikel 8, eerste lid en tweede lid van de Alcoholwet;

    2. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    3. indien wijziging van de vergunning in strijd is met het gestelde in een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:81 Awb.

  6. Alvorens te beslissen op een aanvraag tot wijziging van de vergunning kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om een advies als bedoeld in artikel van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur worden gevraagd.

Artikel 2:32

Handel in horecabedrijven

De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33

Ordeverstoring

Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.

Artikel 2:34

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Als een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Roermond