1. Het is de exploitant verboden het horecabedrijf geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06:00 uur.

  2. Het is de exploitant verboden het horecabedrijf waar, al dan niet door middel van een automaat, eetwaar en/of alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 03.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 04.00 uur en 06.00 uur.

  3. Het is de exploitant verboden het horecabedrijf in een station als bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Spoorwegwet, geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 03.00 uur en 05:00 uur.

  4. De burgemeester kan aan de houder van een vergunning, als bedoeld in artikel 2:28, vergunning verlenen voor het geopend hebben van zijn horecabedrijf gedurende andere dan de in het eerste lid genoemde openingstijden (nachtvergunning).

  5. De burgemeester kan bepalen dat het bepaalde in het vierde lid slechts geldt voor nader aan te duiden categorieën horecabedrijven, en/of voor nader aan te wijzen gedeelten van de gemeente en/of voor nader aan te wijzen dagen.

  6. De burgemeester weigert de vergunning in ieder geval als de activiteit waarvoor de nachtvergunning gewenst is, in strijd is met het Omgevingsplan.

  7. De burgemeester weigert de in het vierde lid bedoelde vergunning als naar zijn oordeel door de openstelling van het horecabedrijf gedurende andere dan de in het eerste en tweede lid genoemde openingstijden de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting ontoelaatbaar nadelig wordt beïnvloed.

  8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de in het vierde lid bedoelde vergunning intrekken als ten gevolge van gebruikmaking van de vergunning de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.

  9. De burgemeester kan, onverminderd het bepaalde in het vierde lid, door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of lokaliteit of een daartoe behorend terras.

  10. Het in het eerste, tweede lid en negende lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.