1. Het is een inrichting toegestaan ten hoogste 8 dagen of dagdelen individuele festiviteiten per kalenderjaar te houden.

  2. De geluidsgrenswaarden in de artikelen 2.17, 2.19, en 2.20 van het Besluit zijn niet van toepassing tijdens een individuele festiviteit waarvan de houder van een inrichting het college in kennis heeft gesteld.

  3. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, bepaald volgens de methoden genoemd in het Besluit, mag ten gevolge van de festiviteit aan de gevel van een woning van derden of een andere geluidsgevoelige bestemming, niet meer bedragen dan:

    • 75 dB(A) in de periode van 07.00 tot 19.00 uur;

    • 70 dB(A) in de periode van 19.00 tot 23.00 uur;

    • 65 dB(A) in de periode van 23.00 tot 07.00 uur;

  4. tenzij er een collectieve festiviteit is aangewezen waarin hogere geluidsgrenswaarden zijn opgenomen.

  5. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, bepaald volgens de methoden genoemd in het Besluit, mag ten gevolge van de festiviteit in inpandige of aanpandige gevoelige gebouwen, niet meer bedragen dan:

    • 55 dB(A) in de periode van 07.00 tot 19.00 uur;

    • 50 dB(A) in de periode van 19.00 tot 23.00 uur;

    • 45 dB(A) in de periode van 23.00 tot 07.00 uur;

  6. tenzij er een collectieve festiviteit is aangewezen waarin hogere geluidsgrenswaarden zijn opgenomen.

  7. De houder van de inrichting stelt het college ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan in kennis tenzij het college van mening is dat de individuele festiviteit redelijkerwijs niet eerder was te voorzien.

  8. Het college stelt de wijze vast voor het doen van een kennisgeving als bedoeld in het vijfde lid.