1. In een vergunning worden vermeld:

    1. de natuurlijke of rechtspersoon, vennoten, bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden aan wie de vergunning is verleend en voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd;

    2. de leidinggevenden;

    3. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    4. de plaats waar de inrichting zich bevindt;

  2. De geldende vergunning of een afschrift daarvan dient in de inrichting aanwezig te zijn.