Algemene plaatselijke verordening Maastricht BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op inrichtingen voor het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 5. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 6. Tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Paragraaf Afdeling 7. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding
Afdeling Veiligheidsrisicogebieden
Paragraaf Afdeling 13. Cameratoezicht op openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 14. Voetbal
Paragraaf Afdeling 15. Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Bodem, weg en milieuverontreiniging
Paragraaf Afdeling 2. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 3. Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 14. Voetbal

Artikel 2.82

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • organisator:

  • 1°. de betaaldvoetbalorganisatie MVV, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaaldvoetbalorganisatie MVV als thuisspelende ploeg betrokken is;

  • 2°. de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Maastricht, waarbij tenminste één betaaldvoetbalorganisatie is betrokken, dan wel in geval van wedstrijden tussen vertegenwoordigende elftallen;

  • 3°. degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaaldvoetbalorganisatie is betrokken;

  • stadion: het voetbalstadion gelegen aan het Stadionplein 32;

  • voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator.

Artikel 2.83

Kennisgeving

  1. De organisator is verplicht schriftelijke kennisgeving te doen aan de burgemeester ten minste dertig dagen voor de vastgestelde speeldag van een voetbalwedstrijd.

  2. Indien een kennisgeving, gelet op het tijdstip waarop de speeldatum wordt vastgesteld, niet dertig dagen tevoren kan worden gedaan, dient de organisator na de vaststelling van de speeldatum hiervan onmiddellijk de burgemeester schriftelijk in kennis te stellen, maar in ieder geval één week voor de speeldatum.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde termijn.

  4. De kennisgeving als bedoeld in het eerste lid kan meer dan één wedstrijd betreffen.

  5. De burgemeester kan, met betrekking tot een voetbalwedstrijd, aan de organisator daarvan voorschriften opleggen in het belang van de openbare orde en veiligheid.

  6. De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden:

    • uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde;

    • indien de krachtens het vijfde lid opgelegde voorschriften niet worden nageleefd;

    • indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving is gedaan als bedoeld in het tweede lid.

  7. 7. Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen wanneer een verbod als bedoeld in het zesde lid is uitgevaardigd.

Artikel 2.84

Ordeverstoring

Het is verboden bij een voetbalwedstrijd de orde te verstoren.

Artikel 2.85

Opvolgen aanwijzingen

Een ieder is verplicht bij een voetbalwedstrijd alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.

Artikel 2.86

Onnodig opdringen, uitdagend gedrag e.d. bij een betaaldvoetbalwedstrijd

  1. Het is verboden bij een voetbalwedstrijd onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken.

  2. Vanaf 4 uur voor het vastgestelde begin van een voetbalwedstrijd tot 4 uur na afloop van een voetbalwedstrijd is het verboden messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, mee te voeren opdat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.

Artikel 2.87

Stadionomgevingsverbod

  1. De burgemeester kan aan een persoon in het belang van de openbare orde schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden van de organisator. Het verbod geldt voor een bepaalde periode die niet langer is dan 2 jaar.

  2. De burgemeester wijst het gebied in de omgeving van het stadion waarvoor het verbod geldt, aan.

Artikel 2.88

Verwijderingsplicht voetbalsupporters

Personen die zich door kleding, uitrusting of gedraging manifesteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd dan wel tegen wie het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te begeven.

Artikel 2.89

Supportersstromen

  1. Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken wedstrijd, zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet om hun weg naar het stadion te vervolgen zodra ze de gemeente bereiken.

  2. Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet om direct na afloop van de wedstrijd te vertrekken uit de gemeente.

  3. Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de wedstrijd almede op een of andere wijze de openbare orde te verstoren of dreigen te verstoren dan wel racistisch gedrag vertonen of racistische uitlatingen doen, zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet op eerste aanzegging van de politie zich buiten de gemeentegrenzen te begeven in de door de politie aan te geven route en richting, behalve indien zij woonachtig zijn in de gemeente Maastricht.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Maastricht