Onverminderd artikel 2.23 kan de burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, al dan niet voor een bepaalde termijn gesloten verklaren indien:
de houder van de inrichting handelt in strijd met artikel 2.19, eerste lid;
de houder van de inrichting handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
gehandeld wordt in strijd met artikel 2.21, vierde lid.