Algemene plaatselijke verordening Maastricht BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op inrichtingen voor het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 5. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 6. Tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Paragraaf Afdeling 7. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding
Afdeling Veiligheidsrisicogebieden
Paragraaf Afdeling 13. Cameratoezicht op openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 14. Voetbal
Paragraaf Afdeling 15. Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Bodem, weg en milieuverontreiniging
Paragraaf Afdeling 2. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 3. Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

Artikel 2.1

Samenscholing en ongeregeldheden

  1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.

  2. Een ieder die op een openbare plaats:

    1. aanwezig is bij een voorval waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

    2. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

    3. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing,

  3. is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  4. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen, die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

  5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid bedoelde verbod.

  6. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2.2

Optochten

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.3, op de weg te doen plaatsvinden.

  2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. het voorkomen of beperken van overlast;

    3. de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen;

    4. de zedelijkheid of gezondheid.

Artikel 2.3

Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

  1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  2. De kennisgeving bevat:

    1. naam en adres van degene die de betoging houdt;

    2. het doel van de betoging;

    3. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;

    4. de plaats en, voor zover van toepassing, de route;

    5. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

    6. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

  3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

  4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

  5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2.4

Verspreiden geschreven of gedrukte stukken

  1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen onder het publiek te verspreiden of openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken, als daarmee het belang van de openbare orde of het belang van de verkeersveiligheid of verkeersvrijheid, wordt aangetast;

  2. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.

  3. Het is verboden de gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen op de openbare weg achter te laten.

Artikel 2.5

Feest, muziek en wedstrijd e.d.

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester op een openbare plaats:

    1. een vertoning voor publiek te geven, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.3;

    2. voor publiek muziek ten gehore te brengen;

    3. een feest of een wedstrijd te geven of te houden.

  2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. het voorkomen of beperken van overlast;

    3. de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen;

    4. de zedelijkheid of gezondheid.

  3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op muziek- en zanggezelschappen die in Maastricht zijn gevestigd en bij de gemeente Maastricht zijn geregistreerd, voor zover zij op of aan de weg op enige wijze voor publiek muziek ten gehore brengen. In dat geval moet daarvan ten minste 24 uur voordat dit gehouden wordt, kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester.

  4. Het eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2.6

Dienstverlening

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college op een openbare plaats op te treden als dienstverlener of zijn diensten als zodanig aan te bieden.

  2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. het voorkomen of beperken van overlast;

    3. de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen;

    4. de zedelijkheid of gezondheid.

  3. Op de aanvraag voor de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 2.7

Straatartiest

  1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsten.

  2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.

  4. Op de aanvraag voor de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Maastricht