1. Besluiten die zijn genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006 en die golden op het moment van het inwerkingtreden van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  2. Op een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006, die is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening en waarop niet is beslist vóór die datum, wordt beslist met toepassing van deze verordening.

  3. Op een bezwaarschrift betreffende een vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006, dat is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening en waarop niet is beslist vóór die datum, wordt beslist met toepassing van deze verordening.

  4. Het vierde lid is van overeenkomstig toepassing in de situatie dat de een nieuwe beslissing op een bezwaarschrift dient te worden genomen naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak.

  5. Nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, die hun grondslag vinden in de Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006, blijven na inwerkingtreding van deze verordening van kracht voor zover de grondslag waarop deze nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd, ook opgenomen is in deze verordening.