De houder van een inrichting is verplicht ervoor zorg te dragen dat toezichthouders vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn inrichting:

  1. gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is, dan wel

  2. gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn, indien die toezichthouders het vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.