-
Het is toegestaan tijdelijk voorwerpen te plaatsen in de openbare ruimte, mits:
plaatsing op eigen terrein niet mogelijk is;
niet langer dan 6 maanden
de omvang niet groter is dan 12 vierkante meter;
het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid en bereikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand.
-
Plaatsing van voorwerpen groter dan 12 vierkante meter dient uiterlijk 10 werkdagen voor de voorgenomen plaatsing in de openbare ruimte, gemeld te worden aan het college op een door het college voorgeschreven manier. De bepalingen van lid 1 onder a, b d en e zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Het college kan nader regels stellen ten aanzien van voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg.
-
Het college kan indien werkzaamheden of omstandigheden daartoe aanleiding geven, gebieden aanwijzen waar het onder lid 1 van dit artikel bepaalde, tijdelijk niet van toepassing is. Wanneer een dergelijk gebied wordt aangewezen, dan is lid 2 van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
-
Dit artikel is niet van toepassing op:
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15;
terrassen;
reclame als bedoeld in de Reclameverordening 2005;
evenementen als bedoeld in artikel 2:17;
deeltweewielers als bedoeld in artikel 2:7a.
-
Dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de op de wet algemene bepalingen omgevingsrecht gebaseerde voorschriften, de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement of voor zover er sprake is van een evenement als bedoeld in artikel 2:17.
Algemene plaatselijke verordening voor Delft BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg.
Afdeling Veiligheid op de weg.
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf.
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Bepalingen over horeca-exploitatie
Afdeling Bepalingen over paracommerciële rechtspersonen
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Veiligheidsrisicogebieden, gebiedsontzegging, cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet.
Hoofdstuk Seksinrichtingen, escortbedrijven, straat- en raamprostitutie
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren
Afdeling Standplaatsen, winkeluitstallingen en overige uitstallingen
Afdeling Snuffelmarkten
Afdeling Gevonden voorwerpen
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiing van as
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:7a
Deeltweewielers
-
Het is verboden zonder vergunning van het college deeltweewielers ten behoeve van het gebruik door derden in de openbare ruimte te plaatsen en aan te bieden, anders dan vanuit speciaal daarvoor ingerichte voorzieningen;
-
Het college kan voorschriften of beperkingen verbinden aan de vergunning:
ter voorkoming van overlast;
in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente;
in het belang van de veiligheid van de weggebruikers;
in het belang van de doorstroming van het verkeer;
ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik;
ter bescherming van het milieu;
ter bescherming van de privacy.
-
Het college kan ter bescherming van de in het vorige lid genoemde belangen een maximum stellen aan:
het aantal deeltweewielers per vergunninghouder per categorie deeltweewielers;
het totaal aantal deeltweewielers.
-
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verboden is om deeltweewielers ter gebruik aan te bieden.
-
Het college kan plaatsen aanwijzen waar uitsluitend deeltweewielers ter gebruik aangeboden kunnen worden.
-
Het college kan nadere regels stellen en wanneer een vergunningsaanvraag in strijd is met de nadere regels kan het college de vergunning weigeren.
-
Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen).
Artikel 2:8
Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te leggen, de verharding daarvan af te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak.
-
Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Verordening ondergrondse infrastructuren.
-
Voor zover het in het eerste lid gestelde verbod betrekking heeft op het aanleggen van een weg of het aanbrengen van veranderingen in de wijze van aanleg van een weg en voor zover daarvoor tevens een verbod geldt als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt de vergunning als bedoeld in het eerste lid van dit artikel verleend door het bevoegd gezag, zoals dat is bepaald in artikel 1.1 eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
-
Het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is in afwijking van het gestelde in deze verordening van toepassing met betrekking tot de behandeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het vorige lid.
Artikel 2:9
Maken, veranderen van een uitweg.
-
Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of veranderingen te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:
indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet tenminste 4 weken van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie;
indien het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.
-
Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:
indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;
indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
-
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.