Algemene plaatselijke verordening voor Delft BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg.
Afdeling Veiligheid op de weg.
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf.
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Bepalingen over horeca-exploitatie
Afdeling Bepalingen over paracommerciële rechtspersonen
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Veiligheidsrisicogebieden, gebiedsontzegging, cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet.
Hoofdstuk Seksinrichtingen, escortbedrijven, straat- en raamprostitutie
Afdeling Begripsomschrijvingen en nadere regels
Afdeling Seksinrichtingen, escortbedrijven, straat- en raamprostitutie
Afdeling Beslistermijn en weigeringsgronden
Afdeling beëindiging exploitatie; wijziging beheer
Afdeling Intrekking en sluiting
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Algemene bepalingen

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b:

  2. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b; van de Wegenverkeerswet 1994;

  3. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn:

  4. bebouwde kom: de bebouwde kom waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgelegd overeenkomstig artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 bij raadsbesluit van 24 juni 2004;

  5. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

  6. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Bouwverordening gemeente Delft;

  7. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Woningwet;

  8. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

  9. Deeltweewieler: een publiek te gebruiken fiets, snor- en (bijzondere) bromfiets, die voor een korte duur (tijd) en tegen betaling in een netwerk wordt aangeboden door een commerciële aanbieder.

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Van het besluit tot verdaging wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager..

  3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4 eerste lid.

  4. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:8 eerste lid.

  5. In geval van een groot evenement zoals genoemd in artikel 2:17 eerste lid, geldt een beslissingstermijn tot 4 weken vóór de datum van het desbetreffende evenement, mits is voldaan aan het bepaalde in artikel 1:3, derde lid.

  6. In geval van een evenement zoals genoemd in artikel 2:17, tweede lid, geldt een beslissingstermijn tot 2 weken vóór de datum van het desbetreffende evenement, mits is voldaan aan het bepaalde in artikel 1:3, vierde lid.

Artikel 1:3

Indiening aanvraag

  1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

  2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

  3. In geval van een groot evenement zoals genoemd in artikel 2:17, eerste lid, geldt een indieningstermijn van uiterlijk 16 weken voorafgaande aan de datum van het desbetreffende evenement.

  4. In geval van een evenement zoals genoemd in artikel 2:17, tweede lid, geldt een indieningstermijn van uiterlijk 8 weken voorafgaande aan de datum van het desbetreffende evenement.

Artikel 1:3a

Elektronisch verkeer

Een kennisgeving of melding aan het college of de burgemeeser kan ook langs elektronische weg worden gedaan op een door het bestuursorgaan aangegeven wijze indien het bestuursorgaan daartoe beslist.

Artikel 1:4

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet.

Artikel 1:6

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing.

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  1. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  2. Indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

  3. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  4. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn binnen een redelijke termijn;

  5. indien de houder dit verzoekt.

Artikel 1:7

Termijnen

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

Artikel 1:8

Weigeringsgronden

De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

  1. de openbare orde;

  2. de openbare veiligheid;

  3. de volksgezondheid;

  4. de bescherming van het milieu.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening voor Delft