Algemene plaatselijke verordening voor Delft BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg.
Afdeling Veiligheid op de weg.
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf.
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Bepalingen over horeca-exploitatie
Afdeling Bepalingen over paracommerciële rechtspersonen
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Veiligheidsrisicogebieden, gebiedsontzegging, cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet.
Hoofdstuk Seksinrichtingen, escortbedrijven, straat- en raamprostitutie
Afdeling Begripsomschrijvingen en nadere regels
Afdeling Seksinrichtingen, escortbedrijven, straat- en raamprostitutie
Afdeling Beslistermijn en weigeringsgronden
Afdeling beëindiging exploitatie; wijziging beheer
Afdeling Intrekking en sluiting
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Bepalingen over horeca-exploitatie

Artikel 2:27

g Van rechtswege vervallen vergunning

De vergunning als bedoeld in artikel 2:27 b, eerste lid, vervalt van rechtswege:

  1. Bij het van kracht worden van een verleende nieuwe vergunning ten behoeve van de overname of nieuwe vestiging van een horecabedrijf/openbare inrichting;

  2. indien (één van) de exploitant(en), niet meer als zodanig functioneert;

  3. indien de ondernemingsvorm wijzigt;

  4. indien binnen zes maanden na de datum van het verlenen van een exploitatievergunning niet is gestart met de (aangevraagde) exploitatie van het horecabedrijf/openbare inrichting;

  5. indien de exploitatie van het horecabedrijf/openbare inrichting voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken;

  6. indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.

Artikel 2:28

b Ontheffing sluitingsuur

  1. De burgemeester kan van het bepaalde in artikel 2:28 a, eerste en vijfde lid, voor ten hoogste twaalf maal per jaar ontheffing verlenen.

  2. De ontheffing als bedoeld in het eerste lid bevat geen vervangend sluitingstijdstip.

  3. De ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt digitaal verleend. Elke ontheffing is éénmalig geldig.

  4. Het digitale exemplaar wordt van gemeentewege genummerd, alsmede voorgedrukt met naam en adres van het horecabedrijf.

  5. De ontheffing als bedoeld in het derde lid bevat een vervaldatum; na deze datum verliest de betreffende ontheffing haar geldigheid.

  6. In bijzondere omstandigheden kan de burgemeester bij openbare bekendmaking besluiten, voor het gehele gebied der gemeente of voor een gedeelte daarvan, een later sluitingsuur vast te stellen.

  7. Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde geldt niet voorzover op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en/of de Wet milieubeheer en/of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer gebaseerde voorschriften en/of artikelen van toepassing zijn.

Artikel 2:29

Vervroegde sluiting

  1. De burgemeester is bevoegd in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:28 a en 2:28 b geldende sluitingstijden vast te stellen of tijdelijke sluiting te bevelen.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet van toepassing is.

  3. In geval het bevel van de burgemeester, genoemd in het eerste lid, niet kan worden afgewacht, is de exploitant of beheerder van een horecabedrijf verplicht op het door een ambtenaar van politie gegeven bevel het verstrekken van eet- en/of drinkwaren te staken of te doen staken en zijn horecabedrijf te sluiten of te doen sluiten.

  4. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van het horecabedrijf is aangebracht.

Artikel 2:30

Verboden gedragingen

  1. Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.

  2. Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden, gedurende de tijd dat dit bedrijf krachtens het bepaalde in deze verordening, dan wel anderszins, gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.

  3. Het is personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van alcoholische drank plegen te maken of van slecht zedelijk gedrag zijn na aanschrijving van de burgemeester verboden zich in een horecabedrijf te bevinden.

  4. Het in het derde lid bedoelde verbod kan tevens worden ingesteld voor bepaalde aan te wijzen horecabedrijven, dan wel voor horecabedrijven in een aan te wijzen gedeelte van de gemeente.

  5. Het verbod in het derde lid geldt voor een bepaalde periode, welke niet langer is dan één jaar.

  6. Het is de exploitant van een horecabedrijf verboden personen toe te laten in zijn bedrijf aan wie de burgemeester een ontzegging heeft opgelegd op grond van het derde lid en wier namen als zodanig door de burgemeester schriftelijk aan die exploitant zijn opgegeven.

  7. De exploitant van het horecabedrijf is verplicht, indien een persoon als bedoeld in het eerste lid zich in zijn horecabedrijf bevindt en in gebreke blijft deze te verlaten, hiervan terstond kennis te geven aan de politie.

Artikel 2:31

Toegang opsporingsambtenaren

De exploitant van een horecabedrijf is verplicht ervoor te zorgen dat opsporingsambtenaren vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn horecabedrijf:

  1. gedurende de tijd dat het horecabedrijf voor bezoekers geopend is; dan wel

  2. gedurende de tijd dat het horecabedrijf gesloten dient te zijn en indien die opsporingsambtenaren vermoeden dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening voor Delft