1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt, langer dan drie achtereenvolgende dagen, zonder wezenlijke tijdsonderbreking, op wegen binnen de gemeente te plaatsen of te hebben.

  2. Het in het eerste lid omschreven verbod geldt eveneens voor de op het grondgebied van de gemeente gelegen recreatiegebieden.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

  4. Het college kan in uitzonderlijke gevallen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.