1. Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.

  2. Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden, gedurende de tijd dat dit bedrijf krachtens het bepaalde in deze verordening, dan wel anderszins, gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.

  3. Het is personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van alcoholische drank plegen te maken of van slecht zedelijk gedrag zijn na aanschrijving van de burgemeester verboden zich in een horecabedrijf te bevinden.

  4. Het in het derde lid bedoelde verbod kan tevens worden ingesteld voor bepaalde aan te wijzen horecabedrijven, dan wel voor horecabedrijven in een aan te wijzen gedeelte van de gemeente.

  5. Het verbod in het derde lid geldt voor een bepaalde periode, welke niet langer is dan één jaar.

  6. Het is de exploitant van een horecabedrijf verboden personen toe te laten in zijn bedrijf aan wie de burgemeester een ontzegging heeft opgelegd op grond van het derde lid en wier namen als zodanig door de burgemeester schriftelijk aan die exploitant zijn opgegeven.

  7. De exploitant van het horecabedrijf is verplicht, indien een persoon als bedoeld in het eerste lid zich in zijn horecabedrijf bevindt en in gebreke blijft deze te verlaten, hiervan terstond kennis te geven aan de politie.