1. Per inrichting kan eens per vier weken en ten hoogste twaalf keer per kalenderjaar een incidentele festiviteit worden gehouden, zolang niet het totaal van twaalf punten is verbruikt; iedere inrichting beschikt per kalenderjaar over twaalf punten waarbij verbruikt wordt:

    1. voor een festiviteit binnen in de inrichting met gesloten ramen en deuren: 1 punt

    2. voor een festiviteit buiten de inrichting tot uiterlijk 19.00 uur: 2 punten

    3. voor een festiviteit buiten de inrichting tot uiterlijk 23.00 uur: 3 punten (maximaal 2 keer per kalenderjaar)

    4. voor een festiviteit buiten de inrichting tot uiterlijk 00.30 uur: 4 punten (maximaal 1 keer per kalenderjaar).

  2. Het voorgaande lid geldt niet ten aanzien van inrichtingen gelegen buiten de binnenstad, die in het bestemmingsplan of omgevingsplan zijn aangewezen als terrein voor evenementen en culturele doeleinden, mits aan de geluidswaarden en overige beoordelingsregels in dat bestemmingsplan of omgevingsplan wordt voldaan.

  3. De festiviteiten genoemd onder d van lid 1 worden uitsluitend gehouden op vrijdagen en zaterdagen in de door het college aangewezen gebieden in de binnenstad.