Algemene plaatselijke verordening voor Delft BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg.
Afdeling Veiligheid op de weg.
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf.
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Bepalingen over horeca-exploitatie
Afdeling Bepalingen over paracommerciële rechtspersonen
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Veiligheidsrisicogebieden, gebiedsontzegging, cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet.
Hoofdstuk Seksinrichtingen, escortbedrijven, straat- en raamprostitutie
Afdeling Begripsomschrijvingen en nadere regels
Afdeling Seksinrichtingen, escortbedrijven, straat- en raamprostitutie
Afdeling Beslistermijn en weigeringsgronden
Afdeling beëindiging exploitatie; wijziging beheer
Afdeling Intrekking en sluiting
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Maatregelen tegen overlast en baldadigheid

Artikel 2:33

Betreden gesloten woning of lokaal

  1. Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

  2. Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

  3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2.34

Plakken en kladden

  1. Het is verboden op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

  2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

    1. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken of op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

    2. met kalk, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding of letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

  4. Het college kan aanplakborden of plaatsen aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen of bekendmakingen.

  5. Het college kan plaatsen aanwijzen waar de handelingen die in lid 2 sub b van dit artikel genoemd zijn, toegestaan zijn.

  6. Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden en de in het vijfde lid bedoelde plaatsen te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

  7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van uitingen, meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

  8. De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

Artikel 2:35

Vervoer plakgereedschap e.d.

  1. Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing, indien de in dat lid bedoelde materialen of gereedschappen niet zijn bestemd of gebruikt voor handelingen als verboden in artikel 2:34

Artikel 2:36

Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal

  1. Het is verboden op de weg of o een andere voor het publiek toegankelijke plaats te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onregelmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken, fietsendiefstal te plegen of het maken van sporen te voorkomen.

  2. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van een winkel bij zich te hebben of te vervoeren een tas of ander hulpmiddel dat er kennelijk toe is uitgerust om er winkeldiefstal mee te plegen of winkeldiefstal te vergemakkelijken door het buiten werking stellen en/of houden van detectie- of waarnemingsapparatuur.

  3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde verbod is niet van toepassing indien kan worden aangenomen dat de bedoelde gereedschappen, voorwerpen of middelen redelijkerwijs gezien niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in lid 1 en 2 bedoelde handelingen.

Artikel 2:37

Bescherming groenvoorzieningen

Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem- of heesterperk, dan wel aldaar bloemen, planten of takken te vervoeren of bij zich te hebben, tenzij de vervoerder deze bloemen, planten of takken rechtmatig verkregen heeft.

Artikel 2:38

Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

  1. Het is verboden:

    1. op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

    2. zich op een andere plaats zodanig op te houden dat aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt;

    3. op een openbare plaats op enigerlei wijze de orde te verstoren, personen lastig te vallen of te vechten.

  2. Een ieder die zich hinderlijk op een openbare plaats gedraagt zoals omschreven in lid 1 van dit artikel, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:39

Verboden drankgebruik

  1. Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te gebruiken indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins overlast veroorzaken.

  2. Een ieder die zich hinderlijk op een openbare plaats gedraagt zoals omschreven in lid 1 van dit artikel, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 45 van de Alcoholwet ten aanzien van personen jonger dan achttien jaar is het voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

  4. Het bepaalde in het derde lid geldt niet voor:

    1. een terras dat deel uitmaakt van een inrichting, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;

    2. de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

    3. uitzonderingen in het aangewezen gebied zoals door het college bepaald.

Artikel 2:40

Verboden gedrag bij of in gebouwen

  1. Het is verboden:

    1. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op de houden;

    2. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen dan wel anderszins aanwezig te zijn.

  2. Een ieder die zich hinderlijk gedraagt bij of in gebouwen zoals omschreven in lid 1 van dit artikel is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  3. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.

Artikel 2:41

a Openbare fietsverkoop

  1. Het is verboden op of aan een openbare plaats fietsen of onderdelen van fietsen te koop aan te bieden, te verkopen of te kopen.

  2. Het verbod geldt niet voor bedrijfsmatige handel in fietsen.

  3. De burgemeester kan wegen en tijden aanwijzen waarop het verbod niet geldt.

Artikel 2:42

Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 2:45

Bedelarij

Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw (winkels daaronder begrepen) te bedelen om geld of andere zaken.

Artikel 2:46

Neerzetten van fietsen

Het is verboden op een openbare plaats een fiets, bromfiets en dergelijke te plaatsen of te laten staan regen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek:

  1. indien dit in strijd is met de uitdrukkelijke verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of

  2. indien die ingang daardoor wordt versperd.

Artikel 2:47

Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.

Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

Artikel 2:48

Bespieden van personen

  1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze woonwagens of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.

  2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch of elektronisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te bespieden.

Artikel 49

Verbod oplaten ballonnen

  1. Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen.

  2. Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon etc.

Artikel 2:50

Loslopende honden

  1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

    1. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat de hond aangelijnd is;

    2. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanige ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

    3. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of van een ander identificatiekenmerk, dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

    4. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd

  2. het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a en d. niet geldt.

  3. Het in het eerste lid onder a. gestelde verbod geldt niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

Artikel 2:51

Verontreiniging door honden

  1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

  3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen

Artikel 2:52

Gevaarlijke honden

  1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:

    1. anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;

    2. anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.

  2. In afwijking van artikel 2:50, aanhef en onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.

  3. In het eerste lid wordt verstaan onder:

    1. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, niet groter dan 1,50 meter;

    2. muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof of van stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

Artikel 2:53

Houden van hinderlijke of schadelijke dieren

  1. Het is verboden dieren te houden of te voeren, die naar het oordeel van het college voor de omgeving schadelijk of hinderlijk zijn en/of dieren te houden oft e voeren op een voor de omgeving schadelijke of hinderlijke wijze.

Artikel 2:54

Loslopend vee en pluimvee

De rechthebbende op vee of pluimvee, dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein dan niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee of pluimvee die weg niet kan bereiken.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening voor Delft