1. Het is toegestaan tijdelijk voorwerpen te plaatsen in de openbare ruimte, mits:

    1. plaatsing op eigen terrein niet mogelijk is;

    2. niet langer dan 6 maanden

    3. de omvang niet groter is dan 12 vierkante meter;

    4. het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid en bereikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    5. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  2. Plaatsing van voorwerpen groter dan 12 vierkante meter dient uiterlijk 10 werkdagen voor de voorgenomen plaatsing in de openbare ruimte, gemeld te worden aan het college op een door het college voorgeschreven manier. De bepalingen van lid 1 onder a, b d en e zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. Het college kan nader regels stellen ten aanzien van voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg.

  4. Het college kan indien werkzaamheden of omstandigheden daartoe aanleiding geven, gebieden aanwijzen waar het onder lid 1 van dit artikel bepaalde, tijdelijk niet van toepassing is. Wanneer een dergelijk gebied wordt aangewezen, dan is lid 2 van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

  5. Dit artikel is niet van toepassing op:

    1. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15;

    2. terrassen;

    3. reclame als bedoeld in de Reclameverordening 2005;

    4. evenementen als bedoeld in artikel 2:17;

    5. deeltweewielers als bedoeld in artikel 2:7a.

  6. Dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de op de wet algemene bepalingen omgevingsrecht gebaseerde voorschriften, de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement of voor zover er sprake is van een evenement als bedoeld in artikel 2:17.