1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

  2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

  3. In geval van een groot evenement zoals genoemd in artikel 2:17, eerste lid, geldt een indieningstermijn van uiterlijk 16 weken voorafgaande aan de datum van het desbetreffende evenement.

  4. In geval van een evenement zoals genoemd in artikel 2:17, tweede lid, geldt een indieningstermijn van uiterlijk 8 weken voorafgaande aan de datum van het desbetreffende evenement.