1. Het is verboden op of aan een openbare plaats een geluidsapparaat, een muziekinstrument hieronder niet begrepen, of een toestel te gebruiken, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving onnodige en/of overmatige geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Onder toestel als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een toestel dat bij gebruik, anders dan door menselijke energie, geluidhinder kan veroorzaken, een luchtvaartuig daaronder niet begrepen.