Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 1:6 kan het bevoegd bestuursorgaan de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd, gedeeltelijk of geheel intrekken indien:
de ingevolge artikel 3:4, lid 2 onder a in de vergunning vermelde exploitant niet feitelijk de exploitatie voert;
de exploitant of beheerder de bepalingen in dit hoofdstuk of de nadere regels als bedoeld in artikel 3.3, dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning overtreedt;
in de seksinrichting een minderjarige prostituee wordt aangetroffen;
in de seksinrichting een prostituee zonder een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel wordt aangetroffen;
een escortbedrijf werkzaamheden laat verrichten door een minderjarige prostitué/prostituee of een prostituee zonder een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel;
er door de exploitant of beheerder onvoldoende maatregelen zijn getroffen in het belang van de veiligheid, hygiëne en de bescherming van de gezondheid van de in de seksinrichting werkzame personen, alsmede ter bescherming van de volksgezondheid;
aannemelijk is dat de exploitant of beheerder betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de seksinrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat;
de exploitant of beheerder strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn seksinrichting strafbare feiten worden gepleegd;
zich in of vanuit de seksinrichting of anderszins feiten hebben voorgedaan, die de frees wettigen, dat de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de seksinrichting of het escortbedrijf.