1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van

    1. 6.00 meter of meer

    2. of een breedte van 2.05 meter of meer

    3. of een hoogte van 2.40 meter of meer

op wegen binnen de bebouwde kom en in recreatiegebieden van de gemeente te parkeren.

  1. Het in lid 1 omschreven verbod geldt niet voor het parkeren van door het college aangewezen voertuigen of de daarbij aangewezen wegen.

  2. Het is verboden een voertuig dat kennelijk is bestemd om te worden voortbewogen door een motorrijtuig met een lengte van minder dan 6.00 meter en/of een breedte van minder dan 2.05 meter en/of lager dan 2.40 meter, op wegen binnen de gemeente te parkeren.

  3. Het in lid 1 en lid 3 gestelde verbod geldt niet gedurende de tijd die benodigd is voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor het gebruik van het voertuig redelijkerwijs noodzakelijk is.