1. Het is verboden een betoging als bedoeld in artikel 2:3 te doen plaatsvinden, feitelijk te leiden of aan een dergelijke betoging deel te nemen, terwijl men weet of redelijkerwijze kon weten, dat:

    1. de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:3 is gedaan;

    2. gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de kennisgeving als bedoeld in artikel 2:3 zijn verstrekt;

    3. de voorschriften, die de burgemeester krachtens het vijfde lid van artikel 2:3 gegeven heeft, niet nageleefd worden;

    4. de burgemeester de betoging verboden heeft.

  2. Indien een betoging krachtens het bepaalde in het eerste lid ongeoorloofd is, is iedereen die in of nabij de optocht aanwezig is, op eerste vordering van een ambtenaar van politie verplicht zich terstond te verwijderen in de door de ambtenaar bevolen richting of langs de door hem aangeduide weg.