Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2026 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 2.7a Toezicht op smart- en headshops

Artikel 2:40

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen;

  • headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in attributen die samenhangen met het gebruik van softdrugs;

  • inrichting: een smartshop of headshop;

  • houder: degene die een inrichting exploiteert;

  • leidinggevende:

    1. de natuurlijke persoon of bestuurder van een rechtspersoon of een gevolmachtigde voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgeoefend;

    2. de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een onderneming waarin de inrichting wordt uitgeoefend in één of meer inrichtingen;

    3. de natuurlijke persoon die de onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van de inrichting;

  • bezoeker: eenieder die in de inrichting aanwezig is, met uitzondering van:

    1. directe gezinsleden van de houder;

    2. personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;

    3. personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Artikel 2:40a

Exploitatie inrichting

  1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning in ieder geval als:

    1. de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is met het omgevingsplan;

    2. de leidinggevende de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

    3. de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    4. de leidinggevende onder curatele staat of is ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij;

    5. de houder binnen vijf jaar voor de aanvraag om een vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid, een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van verstoring van de openbare orde, veiligheid, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;

    6. er geen verklaring omtrent gedrag (VOG) is overgelegd die uiterlijk drie maanden vóór de datum waarop de vergunning is aangevraagd, is afgegeven.

  3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40b

Aanvraag vergunning

Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:40a worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

  1. een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de leidinggevende;

  2. een verklaring omtrent gedrag (VOG) van de leidinggevende die uiterlijk drie maanden vóór de datum waarop de vergunning is aangevraagd, is afgegeven;

  3. een kopie van het arbeidscontract van de leidinggevende;

  4. plattegrondtekeningen (schaal 1:100) van het pand waarin de inrichting zal zijn gevestigd;

  5. een situatietekening van de kadastrale ligging van het pand waarin de inrichting zal zijn gevestigd.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2026