1. Het bevoegd gezag kan een herbeplant- of instandhoudingsplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.

  2. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan degene die krachtens zakelijk recht of aan degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd was over de houtopstand te beschikken, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen en binnen een te stellen termijn.

  3. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig wordt bedreigd in haar voortbestaan, kan het bevoegd gezag aan degene die krachtens zakelijk recht of aan degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd was over de houtopstand te beschikken, overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn, de verplichting opleggen om voorzieningen te treffen waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

  4. Indien een herbeplantplicht zoals bedoeld in het eerste en tweede lid wordt opgelegd en deze herbeplanting niet slaagt, kan het bevoegd gezag bepalen binnen welke termijn, alsmede op welke wijze, deze herbeplanting vervangen dient te worden.

  5. Indien er niet wordt voldaan aan de herbeplantplicht zoals bedoeld in het eerste en tweede lid dan wel niet wordt voldaan aan de instandhoudingsplicht zoals bedoeld in het derde lid kan het bevoegd gezag de uit te voeren plantwerkzaamheden met daarbij horende voorschriften door een derde partij laten uitvoeren. De hiervoor gemaakte kosten worden verhaald op degene die ingevolge artikel 4:11a, eerste lid, gerechtigd is tot het doen van een vergunningaanvraag.

  6. Het bevoegd gezag kan:

    1. een herbeplantplicht opleggen zoals bedoeld in het eerste en tweede lid;

    2. een instandhoudingsplicht opleggen zoals bedoeld in het derde lid;

    3. indien er schade is aangericht aan een boom die al dan niet de dood van de boom tot gevolg heeft een financiële compensatieplicht opleggen.

  7. De financiële compensatie bedraagt de taxatiewaarde van de boom of houtopstand, welke wordt bepaald op basis van de NVTB-methode.