1. De burgemeester weigert de vergunning als:

    1. de exploitant of beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:38c gestelde eisen;

    2. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met het omgevingsplan.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien:

    1. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of het recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed;

    2. de exploitatie van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen;

    3. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

    4. ten aanzien van de te verlenen vergunning een negatief BIBOB-advies is ontvangen.