Algemene Plaatselijke Verordening 2017 (APV) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid van de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Bijzondere bepalingen over paracommerciële rechtspersonen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op campings en recreatieparken
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen, gebiedsontzeggingen en gedragsaanwijzingen
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Afdeling

Toezicht op campings en recreatieparken

Artikel 2:38a

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. camping of recreatiepark: (kampeer-)terrein waarvan het gebruik ten behoeve van het verschaffen van tijdelijk recreatief nachtverblijf planologisch is toegestaan;

  2. exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping of recreatiepark exploiteert op grond van artikel 2:38b;

  3. beheerder/leidinggevende: de natuurlijke of rechtspersoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen.

  4. Recreatieverblijfplaats: kampeerplaats; kampeervak, kampeerunit, (sta-)caravan, chalet en vergelijkbare accommodaties ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

Artikel 2:38b

Vergunningplicht

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark van meer dan 25 recreatieverblijfplaatsen te exploiteren;

  2. De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier;

  3. Voor zover voor de exploitatie van de camping of het recreatiepark ook een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 APV benodigd is en er sprake is van eenzelfde eigenaar en beheerder/leidinggevende, wordt, gelet op het bepaalde in artikel 2:28 lid 6 onder e APV, één exploitatievergunning verleend.

  4. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant, en

    2. de persoonsgegevens van de beheerder/leidinggevende.

  5. Op de aanvraag is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:38c

Gedragseisen

De exploitant en de beheerder/leidinggevende:

  1. staan niet onder curatele;

  2. zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag, en

  3. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

Artikel 2:38d

Weigeringsgronden

  1. De burgemeester weigert de vergunning als:

    1. de exploitant of beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:38c gestelde eisen;

    2. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met het omgevingsplan.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien:

    1. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of het recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed;

    2. de exploitatie van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen;

    3. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

    4. ten aanzien van de te verlenen vergunning een negatief BIBOB-advies is ontvangen.

Artikel 2:38e

Sluiting

  1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark indien daar:

    1. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen;

    2. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;

    3. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend;

    4. zich andere feiten en/of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping of recreatiepark ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.

  2. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark indien:

    1. de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:38b, eerste lid, of 2:38c onder sub a en b;

    2. de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

  3. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen;

  4. De burgemeester draagt zorgt voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan;

  5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.

Artikel 2:38f

Aanwezigheid in gesloten camping of recreatiepark

  1. Het is verboden een camping of recreatiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen;

  2. Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de camping of het recreatiepark te betreden.

Artikel 2:38g

Intrekking vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken indien:

  1. de exploitatie van de camping of het recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen;

  2. de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:38c onder a en b gestelde eisen;

  3. ten aanzien van de exploitant of beheerder/leidinggevende een negatief BIBOB advies is ontvangen.

Artikel 2:38h

Overgangsbepaling

  1. De gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning krachtens deze afdeling is vereist en die verder niet voorkomen in de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2017 derde wijziging:

    1. zijn niet van toepassing gedurende twaalf weken na inwerkingtreding van deze afdeling; en

    2. zijn niet van toepassing na de onder a genoemde termijn, voor zover degene die op grond van deze afdeling een vergunning nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag voor deze vergunning heeft ingediend, totdat op de aanvraag onherroepelijk is beslist.

  2. Voor campings en recreatieparken als bedoeld in 2:38b die op moment van inwerkingtreding van deze afdeling reeds bestaan geldt, dat zij kosteloos een vergunning van rechtswege ontvangen. Indien echter op voorhand zwaarwegende redenen zijn voor de burgemeester om eerst tot vergunningverlening als in dit artikellid bedoeld over te gaan nadat nader onderzoek naar bedoelde redenen heeft plaatsgevonden, wordt pas vergunning verleend als de uitkomst van dat nader onderzoek niet aan verlening in de weg staat als bedoeld in artikel 1:8 en 2:38d.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening 2017 (APV)