1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te orga­niseren.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  3. Geen vergunning is vereist voor kleinschalige activiteiten, indien:

  • de activiteit een barbecue, (straat)feest, muzikale rondwandelingen, buitenoptredens van toneelgezelschappen, fietstochten, muziek en of doorkomsten van wielerwedstrijden in de open lucht e.d. betreft;

  • de activiteit plaatsvindt:

    • 1. op zondag, Goede Vrijdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, eerste of tweede Kerstdag tussen 13.00 en 0.00 uur;

      2. op een doordeweekse dag tussen 10.00 en 0.00 uur;

      3. op vrijdag en zaterdag tussen 10.00 en 00.30 uur;

  • de activiteit niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

  • het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 150 personen; en

  • de organisator de burgemeester ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan de activiteit in kennis stelt door middel van een melding.

Indien er geen onoverkomelijke bezwaren zijn en er geen aanvullende besluiten genomen hoeven te worden, ontvangt de organisator na ontvangst van het meldingsformulier een akkoord kennisgeving.

  1. Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor feest, muziek of wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.