1. De afstand tot de erfgrens, als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek, wordt vastgesteld op:

    1. nihil voor bomen, heesters en heggen op openbaar terrein; en

    2. 2,00 meter voor bomen en nihil voor heesters en heggen in privaat eigendom.

  2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, geldt voor leibomen in privaat eigendom met een maximale hoogte van 5 meter een minimale afstand tot de erfgrens van 0,50 meter, mits de bomen vanaf het eigen perceel kunnen worden gesnoeid en er zich geen takken over de perceelgrens bevinden.