Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:40a worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

  1. een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de leidinggevende;

  2. een verklaring omtrent gedrag (VOG) van de leidinggevende die uiterlijk drie maanden vóór de datum waarop de vergunning is aangevraagd, is afgegeven;

  3. een kopie van het arbeidscontract van de leidinggevende;

  4. plattegrondtekeningen (schaal 1:100) van het pand waarin de inrichting zal zijn gevestigd;

  5. een situatietekening van de kadastrale ligging van het pand waarin de inrichting zal zijn gevestigd.