Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

  1. geluid- of geurhinder;

  2. hinder van dieren;

  3. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

  4. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

  5. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Afdeling 16 Huisvesting arbeidsmigranten

Artikel 2:80 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

a. arbeidsmigranten: arbeidsmigranten: personen die hun vaste woon-, of verblijfplaats in een ander Europees land dan Nederland hebben en op grond van een EU-paspoort of tewerkstellingsvergunning legaal in Nederland werkzaam zijn;

b. huisvestingsvoorziening: voor (tijdelijke) bewoning van arbeidsmigranten geschikt gemaakte woningen of gebouwen of tijdelijke bouwwerken.

Artikel 2:81 Exploitatievergunning huisvestingsvoorziening arbeidsmigranten

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een huisvestingsvoorziening te exploiteren voor de huisvesting van meer dan vier arbeidsmigranten.

2. Een vergunning wordt per huisvestingsvoorziening aangevraagd door:

  1. een in de gemeente Asten gevestigde ondernemer ten behoeve van de huisvesting van voor zijn onderneming werkzame arbeidsmigranten;

  2. een Algemene Branchevereniging voor Uitzendondernemingen (ABU);

  3. een door de Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA) gecertificeerd uitzendbureau; of

  4. de eigenaar van de locatie waar gehuisvest wordt, in ieder geval wanneer het gaat om huisvesting van arbeidsmigranten in de recreatieve sector.

3. In de aanvraag voor de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

  1. de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en beheerder;

  2. het adres van de huisvestingsvoorziening;

  3. het aantal personen dat in de huisvestingvoorziening verblijf wordt verschaft;

  4. de periode waarin in de huisvestingsvoorziening aan de personen verblijf wordt verschaft;

  5. de totale woonoppervlakte die in de huisvestingvoorziening voor verblijf beschikbaar is;

  6. het aantal beschikbare parkeerplaatsen.

4. Het college kan ter bescherming van de belangen als genoemd in artikel 1:8 en in het belang van de bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen.

5. Een vergunning wordt verleend voor een bepaald aantal huisvestingsplaatsen.

Artikel 2:82 Gedragseisen exploitant en beheerder

De exploitant en de beheerder:

a. staan niet onder curatele;

b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag, zulks ter beoordeling van het college;

c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

Artikel 2:83 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert het college de exploitatievergunning indien:

a. aannemelijk is dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de huisvestingsvoorziening op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

b. het beoogde gebruik in strijd is met het omgevingsplan.

c. niet voldaan wordt aan de Beleidsnotitie Arbeidsmigranten Gemeente Asten 2020 dan wel de regeling die daarop volgt;

d. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:81 en artikel 2:82 gestelde eisen.

Artikel 2:84 Verschaffing gegevens nachtregister

Op deze afdeling is afdeling 9 van overeenkomstige toepassing voor zover er sprake is van nachtverblijf.

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven indien het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen twaalf maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

  4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt.

  5. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

  6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  7. Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.