1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats binnen de bebouwde kom of een nader door het college aan te wijzen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

  2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:

    1. een terras dat behoort bij een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid;

    2. de plaats, niet zijnde een openbare inrichting als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.