-
Onder openbare inrichting wordt in deze afdeling verstaan: de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis.
-
Onder openbare inrichting als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een bij deze inrichting behorend terras en de andere aanhorigheden.
-
Onder houder wordt in deze afdeling verstaan: degene die een openbare inrichting exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2:28.
-
Onder leidinggevenden wordt in deze afdeling verstaan: degene(n) die algemene en/of onmiddellijke leiding geeft/geven aan de exploitatie van een openbare inrichting, dan wel hetgeen daar onder in de Alcoholwet wordt verstaan en als zodanig doorgaans gedurende de openingstijden in de inrichting aanwezig dient te zijn.
Algemene Plaatselijke Verordening 2017 (APV) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid van de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Bijzondere bepalingen over paracommerciële rechtspersonen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op campings en recreatieparken
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:47b
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen, gebiedsontzeggingen en gedragsaanwijzingen
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Afdeling
Artikel 2:28
Exploitatievergunning horecabedrijf
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of
als er ten behoeve van de exploitatievergunning een negatief BIBOB advies is uitgebracht.
-
Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal gelegen zijn, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.
-
Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Voor zowel de winkel als de activiteiten van de openbare inrichting gelden dezelfde sluitingstijden van de Winkeltijdenwet.
-
Voorts geldt het eerste lid niet voor een openbare inrichting in:
zorginstellingen;
musea;
camping of een recreatiepark als bedoeld in artikel 2:38a, onder a, APV, waarop de vergunningplicht uit artikel 2:38b, eerste lid, APV van toepassing is, voor zover er sprake is van eenzelfde exploitant. Artikelen 2:29 tot en met 2:33 zijn onverkort op de openbare inrichting op de camping of het recreatiepark van toepassing.
-
Een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting, waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht, vervalt indien de leidinggevende van de openbare inrichting niet in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:28a
Aanvraag vergunning
-
Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 moet een aanvraag bij de burgemeester worden ingediend volgens een door de burgemeester vastgesteld formulier.
-
Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt tenminste:
opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de leidinggevende(n);
opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de houder voor zover hij een natuurlijk persoon is en van de zetel en het adres ingeval de houder een rechtspersoon is;
opgaaf gedaan van het adres en de aard van de openbare inrichting;
een nauwkeurige omschrijving van de ruimte waarvoor de vergunning moet gelden, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een plattegrond van de openbare inrichting.
-
De vergunning wordt schriftelijk aangevraagd door de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon voor wiens rekening de exploitatie van de openbare inrichting geschiedt.
-
De vergunning is niet overdraagbaar.
Artikel 2:28b
Beslistermijn
-
De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden zijn ontvangen.
-
De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van de verdaging.
Artikel 2:29
Sluitingstijden
-
Het is de houder van een openbare inrichting, waarvoor op grond van de Alcoholwet een vergunning is vereist, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 05.00 uur.
-
Het is de houder van een openbare inrichting, waarvoor op grond van de Alcoholwet geen vergunning is vereist, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 05.00 uur.
-
Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.4 kan de burgemeester door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijke openbare inrichting of voor een daartoe behorend terras een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen.
-
In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 stelt het college gedifferentieerde sluitingstijden vast voor categorieën van openbare inrichtingen, waaraan op grond van artikel 4 Alcoholwet beperkende voorwaarden zijn opgelegd en welke uitsluitend of mede dienst doen voor sportactiviteiten, dan wel gelegen zijn op een terrein dat dienst doet of bestemd is voor sportactiviteiten.
-
Het eerste, tweede, derde en zesde lid van dit artikelzijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in lid 1, 2 en 4 van dit artikel vervatte verboden.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b Opiumwet van toepassing is.
Artikel 2:31
Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting
Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.
Artikel 2:32
Handel in horecabedrijven
-
In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
Artikel 2:32a
Glazen en drinkgerei
De houder van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27 is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van zijn inrichting geen glas of flessen buiten de inrichting brengen.
Artikel 2:34
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 Gemeentewet treedt niet de burgemeester maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van de artikelen 2:28 tot en met 2:30.