1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning in ieder geval als:

    1. de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is met het omgevingsplan;

    2. de leidinggevende de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

    3. de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    4. de leidinggevende onder curatele staat of is ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij;

    5. de houder binnen vijf jaar voor de aanvraag om een vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid, een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van verstoring van de openbare orde, veiligheid, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;

    6. er geen verklaring omtrent gedrag (VOG) is overgelegd die uiterlijk drie maanden vóór de datum waarop de vergunning is aangevraagd, is afgegeven.

  3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.