1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark van meer dan 25 recreatieverblijfplaatsen te exploiteren.

  2. De vergunning wordt verstrekt aan één exploitant ten behoeve van het exploiteren van alle recreatieverblijfplaatsen op de camping of recreatiepark.

  3. Voor zover er voor de exploitatie van de camping of het recreatiepark ook een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 benodigd is en er sprake is van eenzelfde exploitant en beheerder/leidinggevende, wordt, gelet op het bepaalde in artikel 2:28 lid 4 onderdeel e, één exploitatievergunning verleend.

  4. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning worden in ieder geval de volgende gegevens overgelegd:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant; en

    2. de persoonsgegevens van de beheerder/leidinggevende.

  5. Op de aanvraag is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.