1. Het is verboden zonder vergunning van het college een huisvestingsvoorziening te exploiteren voor de huisvesting van meer dan vier arbeidsmigranten.

  2. Een exploitatievergunning voor een huisvestingsvoorziening wordt aangevraagd door:

    1. een onderneming met haar vestigingsadres in de gemeente Asten ten behoeve van de huisvesting van voor zijn onderneming werkzame arbeidsmigranten;

    2. een bij de Algemene Branchevereniging voor Uitzendondernemingen (ABU) of de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen aangesloten uitzendbureau;

    3. de eigenaar van de huisvestingsvoorziening, als deze ook optreedt als exploitant van deze locatie; of

    4. de persoon dan wel onderneming die de huisvestingsvoorziening gaat exploiteren.

  3. Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    1. de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en de beheerder;

    2. het adres van de huisvestingsvoorziening;

    3. het aantal personen dat in de huisvestingvoorziening verblijf wordt verschaft;

    4. de periode waarin in de huisvestingsvoorziening aan de personen verblijf wordt verschaft;

    5. een verklaring omtrent gedrag (VOG) van de beoogde beheerder van de huisvestingslocatie die uiterlijk drie maanden vóór de datum waarop de vergunning is aangevraagd, is afgegeven.

  4. Het college kan ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de bescherming van het milieu en in het belang van de bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen.

  5. Een vergunning wordt verleend voor een bepaald aantal verblijfplaatsen voor arbeidsmigranten.

  6. Een exploitatievergunning voor een huisvestingsvoorziening is niet overdraagbaar.

  7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.