Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Hoofdstuk Seksbedrijven e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente

Artikel 5:2

Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

  1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

  2. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

  3. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  1. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

  2. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

  3. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

    3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

  4. drie of meer voertuigen die hem kennelijk toebehoren of kennelijk zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

  5. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

    1. Het is andere personen dan bedoeld in het derde lid verboden de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

    2. Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Artikel 5:3

Te koop aanbieden van voertuigen

  1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

  2. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

  3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Artikel 5:4

Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5:5

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  2. Het verbod geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:6

Kampeermiddelen en dergelijke

  1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

    1. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op door het college aangewezen wegen, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    2. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijke aanzien van de gemeente.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a., gestelde verbod.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening provincie Utrecht 2010 of de Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017.

Artikel 5:7

Parkeren van grote voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg , waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

  4. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Artikel 5:8

Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  2. Het verbod geldt niet:

    1. gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is;

    2. voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Artikel 5:9

Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen

  1. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Artikel 5:10

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of aangelegde beplanting of groenstrook.

  2. Dit verbod is niet van toepassing:

    1. op de weg;

    2. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;

    3. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:11

Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

    1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

    2. Onder een inzameling of werving als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

    3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden in besloten kring.

    4. Het college kan onder door hem te stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen of wervingen die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen.

    5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 5.11A

Begripsbepalingen

  1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis, waarbij de venter in beweging is en zijn waren voortdurend vanaf een andere plaats aanbiedt en niet langer stilstaat dan voor het bedienen van klanten nodig is

  2. Onder venten wordt niet verstaan:

    1. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet

    2. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

    3. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:13.

Artikel 5.11b

Ventverbod

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college te venten.

  2. Burgemeester en wethouders verlenen uitsluitend vergunning aan natuurlijke personen die minimaal 18 jaar en handelingsbekwaam zijn.

  3. Een ventvergunning heeft een geldigheidsduur van één jaar.

  4. Het college kan gebieden aanwijzen waar venten niet mogelijk is.

  5. Het verbod is niet van toepassing op:

    1. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

    2. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet worden geopenbaard.

Artikel 5:12

Begripsbepalingen

  1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen, afleveren of promoten van goederen dan wel diensten, zowel commercieel als niet-commercieel, gebruikmakend van verplaatsbare fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  1. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    1. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

    2. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 5:30 eerste lid van deze verordening.

Artikel 5:13

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

    1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

    2. Het college kan met het oog op de belangen bepaald in artikel 1:8 van de verordening en het belang sociale cohesie nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een standplaatsvergunning.

    3. Het college wijst de locaties aan waar standplaatsen mogen worden ingenomen. Daarbij worden voor zover mogelijk per locatie kenmerken opgenomen zoals de sta-dag(en) en de afmetingen van de standplaats.

    4. Het college informeert de raad vooraf over de uitoefening van de bevoegdheid opgenomen in lid 3 in het geval aangewezen locaties voor dag- of seizoenstandplaats worden ingetrokken. Het college neemt geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

    5. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

    6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:

      1. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

      2. de aanvrager beneden de 18 jaar is.

Artikel 5:13a

Vrijmarkt Koningsdag

  1. De burgemeester kan ten behoeve van de viering van Koningsdag locaties en tijden aanwijzen waarbij het verbod van artikel 5:13, eerste lid niet van toepassing is voor de niet-commerciële verkoop van goederen door particulieren.

  2. De burgemeester kan over de uitvoering van de bevoegdheid van het eerste lid nadere regels stellen met het oog op de belangen zoals genoemd in artikel 1:8.

Artikel 5.14aa

Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5.14ab

Overgangsrecht

  1. Besluiten die op grond van de artikelen 5:13 en 5:14 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 zijn genomen, gelden als besluiten als bedoeld in artikel 5:13 van deze verordening.

  2. Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van het Besluit tot wijziging van Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen en waarop nog niet is beslist wanneer deze wijziging in werking treedt, worden afgehandeld volgens de bepalingen van deze verordening.

Artikel 5:14a Vergunningplicht commercieel aanbieden voertuigen

1. Het is verboden zonder vergunning van het college voertuigen op een openbare plaats ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden.

2. Het college wijst categorieën voertuigen aan waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend kan worden

3. Vergunning wordt voor maximaal 5 jaar verleend.

4. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op auto’s.

5. Het college kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:6 en 1:8, een vergunning weigeren of intrekken indien:

a. de aanvraag een categorie voertuigen betreft die niet is aangewezen op grond het tweede lid;

b. een door het college vastgesteld vergunningenplafond of voertuigenplafond door verlenen van de vergunning zou worden overschreden;

c. het ter gebruik aanbieden van de voertuigen:

i. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte;

ii. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte;

iii. een nadelige invloed heeft op het woon- en leefklimaat, of

d. de aanvraag in strijd is met of de vergunninghouder in strijd handelt met het bij of krachtens deze afdeling bepaalde.

6. Het college kan een maximaal aantal voertuigen of vergunninghouders per categorie voertuigen vaststellen gelet op het vijfde lid.

7. Het college kan stallingsplaatsen of openbare plaatsen aanwijzen waar het verboden is om voertuigen als bedoeld in het eerste lid ter gebruik aan te bieden.

8. Het college kan stallingsplaatsen of openbare plaatsen aanwijzen waar het verbod uit het eerste lid niet geldt voor bepaalde categorieën voertuigen.

9. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het aanbieden van voertuigen als bedoeld in deze afdeling.

Artikel 5:15

Crossterreinen

  1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig, en een bromfiets, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

  2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden of;

    3. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

  3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Artikel 5:16

Beperking verkeer in natuurgebieden

  1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets of met een fiets of een paard.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:

    1. ten dienst van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;

    1. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    1. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

    1. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld of

    1. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet op wegen.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 5:17

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits geen sprake is van gevaar voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren indien geen afvalstoffen, hout worden verbrand;

    3. voedselbereiding op gas, briketten of houtskool.

  3. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd

    1. ter bescherming van de woon- en leefomgeving;

    2. ter bescherming van de flora en fauna;

    3. ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet,stof, walm of stank.

  5. Het verbod geldt niet voor in het geregelde onderwerp wordt voorzien door:

    1. de Provinciale milieuverordening Utrecht 2013;

    2. artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.

  6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 5:18

Gedoogplicht aanduidingen

  1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, aanduidingen voor brandkranen en brandputten worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

    Het college geeft van tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van aanduidingen voor brandkranen en brandputten.

Artikel 5:19

Verwijdering e.d. aanduidingen

  1. Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 5:18 eerste lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Artikel 5:20

Begripsbepaling binnenevenement

1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een, al dan niet met enige beperkingen, voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak in een gebouw of een gedeelte daarvan met uitzondering van:

  1. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

  2. bioscoop- en theatervoorstellingen;

  3. sportwedstrijden voor zover deze plaatsvinden onder auspiciën van een bij de NOC*NSF aangesloten sportbond en niet behoren tot door de burgemeester aangewezen categorieën vechtsportwedstrijden of -gala's;

  4. voetbalwedstrijden als bedoeld in afdeling 2.7 van deze verordening;

  5. activiteiten in horecabedrijven die in de uitoefening van het horecabedrijf gebruikelijk zijn behalve voor een darkroom in een horecabedrijf;

  6. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h. van de Gemeentewet;

  7. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

  8. speelgelegenheden als bedoeld in artikel 2:21 van deze verordening.

    2.In deze afdeling wordt onder organisator verstaan een natuurlijke persoon of in geval van een rechtspersoon, de bestuurder van deze rechtspersoon dan wel diens gevolmachtigde(n), die een evenement als bedoeld in het eerste lid houdt of doet houden.

Artikel 5:21

Verbodsbepaling

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement als bedoeld in artikel 5:20 te houden of doen houden waarbij het totaal aantal van 2.000 bezoekers tegelijkertijd aanwezig is.

  2. De burgemeester kan categorieën vechtsportwedstrijden of –gala’s aanwijzen waarop het verbod in het eerste lid, ongeacht het daarin vermelde aantal bezoekers, van toepassing is.

  3. De burgemeester kan categorieën van evenementen aanwijzen waarop het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 van deze verordening, wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden dat de organisator een verzekering tegen aansprakelijkheid met een toereikende dekking afsluit.

  5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

  6. De uitzondering op het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een darkroom op een evenement.

Artikel 5:22

Nadere regels

Het college kan met het oog op de belangen in artikel 1:8 en artikel 5:27 van deze verordening nadere regels stellen over de voorschriften en beperkingen ten aanzien van evenementen, locatieprofielen voor evenementen, de reserveringskalender evenementen, geluidsnormen en darkrooms.

Artikel 5:23

Indienen aanvraag

  1. De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 5:21, eerste lid, dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  2. In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    1. de gegevens van de organisator;

    2. de geplande datum, tijdstip en locatie van het evenement;

    3. een omschrijving van de aard en karakter van het evenement;

    4. het te verwachten aantal bezoekers.

  3. De aanvraag dient vergezeld te gaan van een door de organisator opgesteld veiligheidsplan en plattegrond.

Artikel 5:24

Vereisten organisator

  1. Voor het verkrijgen van een vergunning kan de burgemeester de volgende eisen aan een organisator stellen:

    1. hij mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

    2. hij moet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt; en

    3. hij moet aantoonbare ervaring hebben in het organiseren van vergelijkbare evenementen als het evenement waarvoor vergunning wordt aangevraagd.

  2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid onder a. en c. gestelde vereiste.

Artikel 5:25

Maximum aantal personen

De burgemeester stelt op basis van het, in de vergunning aangegeven, veiligheidsplan, het risicoprofiel van de beoogde bezoekers en de voor een goed verloop van het evenement noodzakelijk geachte inzet en beschikbaarheid van hulpdiensten voor het evenement een maximum aantal bezoekers vast.

Artikel 5:26

Reserveringskalender evenementen

  1. De burgemeester stelt jaarlijks voor 1 december een reserveringskalender evenementen vast voor het daaropvolgende kalenderjaar.

  2. Het college bepaalt in een nadere regel in welke periode, voorafgaand aan vaststelling van de reserveringskalender evenementen, degenen die voornemens zijn een evenement te organiseren een evenement kunnen aanmelden voor de reserveringskalender evenementen van het volgende kalenderjaar. Een aanmelding voor de reserveringskalender evenementen is geen aanvraag om een vergunning als in artikel 5:21 van deze verordening.

  3. Het besluit op een aanvraag wordt aangehouden tot na vaststelling van de reserveringskalender evenementen. De burgemeester kan hiervan afwijken door een vergunning te verlenen na de periode van aanmelding en voor vaststelling van de reserveringskalender evenementen.

  4. Aan de plaatsing van een evenement op de reserveringskalender evenementen kunnen geen rechten worden ontleend, met uitzondering van het bepaalde in artikel 5:27, derde lid, onder d van deze verordening.

  5. De burgemeester kan, met het oog op de in artikel 5:27 en de in artikel 1:8 genoemde belangen, voorafgaand aan het vaststellen van de reserveringskalender evenementen, locaties en data aanwijzen die gereserveerd zijn voor stads- en volksfeesten, herdenkingen, vieringen en huldigingen.

  6. Een reservering op de reserveringskalender evenementen vervalt als niet tijdig een aanvraag is ingediend, gelet op artikel 5:27, tweede lid.

Artikel 5:27

Weigeringsgronden

  1. De vergunning wordt geweigerd , indien niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 5:23 of 5:24 van deze verordening;

  2. In afwijking van artikel 1:8, tweede lid, van deze verordening kan een vergunning worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan twaalf weken voor de start van het evenement is ingediend

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, indien:

    1. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de ruimte of op de gemeentelijke– of hulpdiensten;

    2. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement;

    3. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie; of

    4. in de burgemeester vastgestelde reserveringskalender evenementen als bedoeld in artikel 5:26 van deze verordening een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan.

.

Artikel 5:28

Samenloop

Activiteiten, die deel uitmaken van een evenementenvergunning, zijn niet afzonderlijk vergunningplichtig uit hoofde van andere gemeentelijke publiekrechtelijke regelingen niet zijnde belastingen, leges of retributievoorschriften.

Artikel 5:29

Ordeverstoring

Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 5:30

Begripsbepaling buitenevenement

  1. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

  2. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet;

  1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke bijzondere gebeurtenis, al dan niet met een openbaar dan wel besloten karakter, op of aan de openbare plaats of het openbaar water, met uitzondering van:

  2. In deze afdeling wordt onder organisator verstaan een natuurlijke persoon of in geval van een rechtspersoon, de bestuurder van deze rechtspersoon dan wel diens gevolmachtigden, die een evenement als bedoeld in het eerste lid houdt of doet houden.

  3. In deze afdeling wordt onder locatieprofiel verstaan: een beschrijving van een locatie voor evenementen waarin wordt aangegeven welke mogelijkheden er jaarlijks zijn om evenementen te organiseren met daarin in ieder geval het aantal evenementendagen, de maximale hoeveelheid bezoekers, de hoeveelheid geluid en de rusttijd tussen evenementen.

Artikel 5:31

Verbodsbepaling

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement als bedoeld in artikel 5:30 te houden.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 van deze verordening kan aan de vergunning het voorschrift verbonden worden dat de organisator een verzekering tegen aansprakelijkheid met een toereikende dekking afsluit.

  4. Indien een vergunning is verleend voor een evenement als bedoeld in het eerste lid, dan:

    1. wordt geen vergunning verleend aan derden voor op zichzelf staande activiteiten en handelingen op of aan de openbare plaats of het openbaar water gedurende de tijden waarop en in het gebied waar het evenement plaatsvindt;

    2. worden aanvragen om vergunning als bedoeld in de artikelen 2:9, 5:13 van deze verordening geweigerd.

  5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 5:32

Melding straatfeest

  1. er niet meer dan 200 personen tegelijkertijd aanwezig zijn;

  2. het evenement niet plaatsvindt in een park, op hoofdwegen en hoofdfietsroutes en de doorgang voor hulpdiensten bij noodsituaties minimaal 3,50 meter breed is en 4,20 meter hoog;

  3. het evenement op een werkdag of een zaterdag plaatsvindt tussen 09.00 uur en 23.00 uur of op een zondag of officieel erkende feestdag tussen 13.00 uur en 23.00 uur;

  4. het geluidsniveau van versterkt (muziek)geluid op een afstand van 15 meter van een geluidsbron niet hoger is dan 70 dB(A) en 85 dB(C);

  5. tijdens het evenement geen eten, drinken of goederen worden verkocht;

  6. er geen objecten worden geplaatst met een oppervlakte van meer dan 25 m² per object;

  7. er geen ander evenement in de omgeving van het straatfeest is;

  8. er een organisator aanwezig is tijdens het evenement;

  9. de organisator uiterlijk 14 dagen voor het evenement een melding doet van het evenement met een door de burgemeester vastgesteld formulier;

  10. binnen 10 dagen na ontvangst van de melding geen tegenbericht is verzonden door de burgemeester, en

  11. de organisator tijdens het evenement een ontvangstbevestiging kan laten zien van de aanmelding van het evenement.

  1. Het verbod uit artikel 5:31, eerste lid, om zonder vergunning een evenement te houden geldt niet voor eendaagse straatfeesten als:

  2. Als het vermoeden bestaat dat op een evenement één van de weigeringsgronden van artikel 1:8 of artikel 5:37, tweede lid, van toepassing is, dan kan de burgemeester, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat het verbod in artikel 5:31, eerste lid, toch geldt. De burgemeester zendt dit tegenbericht binnen tien dagen na ontvangst van de melding.

Artikel 5:33

Nadere regels

Het college kan met het oog op de belangen in artikel 1:8 en artikel 5:37 van deze verordening nadere regels stellen over de voorschriften en beperkingen ten aanzien van evenementen, locatieprofielen voor evenementen, de reserveringskalender evenementen, geluidsnormen en darkrooms.

Artikel 5:34

Indienen aanvraag

  1. De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 5:31 geschiedt door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  2. In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    1. de gegevens van de organisator;

    2. de datum, tijdstip en locatie van het evenement;

    3. een omschrijving van de aard en karakter van het evenement;

    4. een omschrijving van de activiteiten en handelingen die in het kader van het evenement plaatsvinden;

    5. het te verwachten aantal bezoekers van of deelnemers aan het evenement.

  3. De aanvraag dient vergezeld te gaan van een door de organisator opgesteld veiligheidsplan en plattegrond.

  4. Voor aanvragen van evenementen die niet op de reserveringskalender evenementen staan geldt dat een ontvankelijke aanvraag voor een datum en locatie voorrang heeft op een later ingediende aanvraag voor een evenement voor diezelfde datum en locatie.

Artikel 5:35

Vereisten organisator

1.Voor het verkrijgen van een vergunning kan de burgemeester de volgende eisen aan een organisator stellen:

  1. hij mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

  2. hij moet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt; en

  3. hij moet aantoonbare ervaring hebben in het organiseren van vergelijkbare evenementen als het evenement waarvoor vergunning wordt aangevraagd.

  1. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in eerste lid onder a. en c. gestelde vereiste.

Artikel 5:36

Reserveringskalender evenementen

  1. De burgemeester stelt jaarlijks voor 1 december een reserveringskalender evenementen vast voor het daaropvolgende kalenderjaar.

  2. Het college bepaalt in een nadere regel in welke periode, voorafgaand aan vaststelling van de reserveringskalender evenementen, degenen die voornemens zijn een evenement te organiseren een evenement kunnen aanmelden voor de reserveringskalender evenementen van het volgende kalenderjaar. Een aanmelding voor de reserveringskalender evenementen is geen aanvraag om een vergunning als in artikel 5:31 van deze verordening.

  3. Het besluit op een aanvraag wordt aangehouden tot na vaststelling van de reserveringskalender evenementen. De burgemeester kan hiervan afwijken door een vergunning te verlenen na de periode van aanmelding en voor vaststelling van de reserveringskalender evenementen.

  4. Aan de plaatsing van een evenement op de reserveringskalender evenementen kunnen geen rechten worden ontleend, met uitzondering van het bepaalde in artikel 5:37, derde lid, onder d van deze verordening.

  5. De burgemeester kan, met het oog op de in artikel 5:37 en de in artikel 1:8 genoemde belangen, voorafgaand aan het vaststellen van de reserveringskalender evenementen, locaties en data aanwijzen die gereserveerd zijn voor stads- en volksfeesten, herdenkingen, vieringen en huldigingen.

  1. Een reservering op de reserveringskalender evenementen vervalt als niet tijdig een aanvraag is ingediend, gelet op artikel 5:37, tweede lid.

Artikel 5:37

Weigeringsgronden

  1. De vergunning wordt geweigerd, indien niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 5:34 of 5:35 van deze verordening.

  2. In afwijking van artikel 1:8, tweede lid, van deze verordening kan een vergunning worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan twaalf weken voor de start van het evenement is ingediend

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan deze vergunning worden geweigerd , indien:

    1. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de ruimte of op de gemeentelijke - of hulpdiensten;

    2. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement;

    3. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie of het evenement niet voldoet aan het locatieprofiel dat het college voor die locatie heeft vastgesteld; of

    4. in door de burgemeester vastgestelde reserveringskalender evenementen als bedoeld in artikel 5:36 van deze verordening een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan.

    5. een organisator aantoonbaar gedrag heeft vertoond of aantoonbaar heeft gehandeld waaruit blijkt dat hij geen goed organisator is.

Artikel 5:38

Schorsende werking andere vergunningen

Bij het verlenen van de vergunning als bedoeld in artikel 5:31 eerste lid, kan bepaald worden dat de werking van reeds geldende vergunningen voor het gebruik van de openbare plaats of het openbaar water in het gebied waar het evenement plaatsvindt wordt geschorst zolang dit noodzakelijk is in het belang van het evenement.

Artikel 5:39

Samenloop en Ordeverstoring

De artikelen 5:28 en 5:29 zijn van overeenkomstige toepassing op deze afdeling.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010