1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits geen sprake is van gevaar voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren indien geen afvalstoffen, hout worden verbrand;

    3. voedselbereiding op gas, briketten of houtskool.

  3. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd

    1. ter bescherming van de woon- en leefomgeving;

    2. ter bescherming van de flora en fauna;

    3. ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet,stof, walm of stank.

  5. Het verbod geldt niet voor in het geregelde onderwerp wordt voorzien door:

    1. de Provinciale milieuverordening Utrecht 2013;

    2. artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.

  6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.