1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

    2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

    3. In afwijking van het eerste en tweede lid beslist het bestuursorgaan binnen een termijn van twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen op:

    1. een aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een seksbedrijf of escortbedrijf, zoals beschreven in afdeling 3.2 van deze verordening;

    2. een aanvraag voor een vergunning voor evenementen, zoals beschreven in de afdelingen 5.7A en 5.7B van deze verordening;

    3. een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals beschreven in artikel 2:11, 2:12 en afdeling 4.3 van deze verordening'.

  1. Het bestuursorgaan kan de termijn voor een beslissing op een aanvraag voor een vergunning beschreven in dit artikel onder het derde lid ten hoogste met twaalf weken verlengen.