1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet, artikel 139d, tweede lid onder a en artikel 350d van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een openbare plaats technische hulpmiddelen te vervoeren, te gebruiken of bij zich te hebben die tot doel hebben het voorbereiden, faciliteren, plegen, afschermen of verhullen van strafbare feiten waarmee de openbare orde kan worden verstoord.

  2. Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het technische hulpmiddel niet is bestemd of gebruikt voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.