1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

    1. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op door het college aangewezen wegen, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    2. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijke aanzien van de gemeente.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a., gestelde verbod.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening provincie Utrecht 2010 of de Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017.