1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

    2. Het college kan met het oog op de belangen bepaald in artikel 1:8 van de verordening en het belang sociale cohesie nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een standplaatsvergunning.

    3. Het college wijst de locaties aan waar standplaatsen mogen worden ingenomen. Daarbij worden voor zover mogelijk per locatie kenmerken opgenomen zoals de sta-dag(en) en de afmetingen van de standplaats.

    4. Het college informeert de raad vooraf over de uitoefening van de bevoegdheid opgenomen in lid 3 in het geval aangewezen locaties voor dag- of seizoenstandplaats worden ingetrokken. Het college neemt geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

    5. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

    6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:

      1. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

      2. de aanvrager beneden de 18 jaar is.